Special: Omkeerdag

Door: Ardi Pierik (Columnist, op persoonlijke titel)

Vandaag was Omkeerdag. De hekkensluiters van de samenleving reden over de hekken op het Malieveld. De boeren kwamen naar de politici, nadat de politici niet naar hen kwamen.

De boeren waren boos. Terecht. Jarenlang hebben zij hun bedrijf milieutechnisch verbeterd om aan alle eisen te voldoen. Dan krijg je opeens het bericht dat je wellicht de helft van je veestapel verliest. Compensatie? Is nog niet eens zeker.

Daarom verlieten de boeren hun bedrijf en kwamen naar Den Haag, gedwongen door de omstandigheden. Te lang is er nagedacht door ambtenaren uit de Randstad, die zelf nooit boerderijen zagen. Ondertussen wordt verzuimd de stikstof in ons land verder te reduceren.

Dan reageert de Raad van State plotseling op de Haagse aarzeling. Allerlei projecten kunnen met onmiddellijke ingang ophouden, tenzij er een stikstofreductie wordt doorgevoerd. Te snel worden de boeren direct als de schuldigen aangewezen. De gevolgen zijn enorm. Niet zo gek, als gezond boerenverstand simpelweg ontbreekt. Kun je een boer zomaar van zijn erf krijgen? Wel als je politicus bent…

SGP-jongeren steunt het CDA, de ChristenUnie en minister Schouten in de stelling dat de stikstofproblematiek niet de schuld van de boeren is. Eerder ligt de schuld bij politiek Den Haag en bij de Europese ambtenaren. Laat de regering de stikstofproblematiek maar op een andere manier oplossen!

Identiteitspolitiek

Door: Ardi Pierik (Columnist, op persoonlijke titel)

Minister Van Engelshoven haalde recent het nieuws met een vrij on-engelachtige identiteitspolitiek: kinderspeelgoed dat genderrollen bevestigt, zou moreel gezien uit de schappen van Nederlandse winkels moeten verdwijnen. We mogen kinderen immers geen rol opdringen waar zij niet zelf voor gekozen hebben, zéker niet als het om gender gaat. Je zult als meisje eens eindigen als huisvrouw, als iemand die bereid is om offers te brengen voor het functioneren van het gezin. Onaanvaardbaar, want gij zult allen egoïstisch zijn, aldus de minister.

De bezwaren gaan echter dieper, en dat op meerdere manieren. Ten eerste is dit een nieuwe stap richting een verslindend zwart gat, dat alle energie uit ons trekt. Het begon met het ‘recht’ op abortus, met euthanasie. Het ging verder met een homohuwelijk, met transgenderbehandelingen. Inmiddels zijn we in het stadium aanbeland waarin kinderspeelgoed het moet ontgelden. Kinderen zijn het slachtoffer van politiek geworden. En we vinden het nog normaal ook… Wat dit heel duidelijk toont, is dat deze identiteitspolitiek niet zal ophouden. Altijd zullen er weer nieuwe dingen irritaties oproepen. Elke keer weer moet de zuurtegraad in het land omhoog, alsof onze tenen nog niet lang genoeg waren. Ruzie en polarisatie nemen daarom hand over hand toe. Polarisatie is de schuld van Fortuyn, Wilders en Baudet? Eerder van de engeltjes van links….

Ten tweede mist de minister het hele idee van kind zijn. Elke ouder die een kind tussen de nul en de twee jaar heeft, kan vertellen hoeveel zij voor hun kind moeten doen. Ze hebben het kind gevoelens en emoties moeten leren, door ertegen te praten. Dit bleek cruciaal: baby’s die niet op deze manier bespeeld werden, stierven in wetenschappelijke studies significant eerder… Ouderlijke zorg en beïnvloeding zijn dus niet slecht voor het kind, maar juist goed. Ouders spelen een rol in het leven van hun kind: denk aan de ‘sterke pappa’-figuur, denk aan het nadoen van de ouders. Juist speelgoed biedt een kind deze mogelijkheid. Het idee dat een kind dit al zelf zou kunnen doorgronden, gaat daarom in tegen de natuurlijke scheppingsorde, die door God in de wereld is gelegd.

En juist hierom gaat het: mensen zijn niet vrij van keuzes of moraal van anderen. Een volledig zelfgekozen identiteit is een onmogelijkheid. Het is ook niet nodig: de diepste identiteit die een mens heeft, ligt in het dienen van God, in het geloof. Daarom hoeven we niet zo te focussen op wie wij zelf zijn. We hoeven ons, in tegenstelling tot de identiteitspredikers, niet gigantisch druk te maken over deze dingen. Al zou er alleen maar feministisch speelgoed verkocht worden, al zou het christendom steeds meer naar de marge verdwijnen, Jezus leeft!

Column: Stappen terug in de tijd

Door: Robert Braskamp

‘’Dit zijn stappen terug in de tijd’’, zei de onvolprezen onderwijsminister Van Engelshoven (tevens belast met de portefeuille emancipatie) over de Nashvilleverklaring, die begin dit jaar werd gepubliceerd. Volgens haar waren de standpunten die erin verwoord werden achterhaald, en passen ze niet meer bij deze tijd. En daarin stond ze niet alleen.

Het is nu niet mijn bedoeling de verklaring te bespreken, noch in positieve noch in negatieve zin. Nee, liever vestig ik de aandacht even op dat zinnetje dat minister Van Engelshoven eraan wijdde: dit zijn stappen terug in de tijd.

En kennelijk is dat een probleem. Waarom weet niemand, maar het argument wordt vaak gebruikt. ‘Het is niet meer van deze tijd’. Niet van deze tijd is ouderwets en (kennelijk) dus slecht. Een interessante gedachte.

Want stel dat we nu echt eens wat stappen terug in de tijd nemen? Neem als uitgangspunt bijvoorbeeld het klimaat. Volgens wetenschappers en politici warmt onze aarde op, en dat is een groot probleem. De uitstoot van broeikasgassen verminderen blijkt echter nog niet zo makkelijk, net zo min als het overstappen op meer duurzame energiebronnen. Dit komt, onder andere, omdat wij in het Westen met name zo veel energie verbruiken, dat we al die tonnen gas en olie nodig hebben, waarmee we het milieu zwaar vervuilen. Vroeger was dat natuurlijk geen probleem. Als milieubeweging zou ik dus zeker wel iets positiefs zien in het concept ‘stappen terug in de tijd’.

Een ander woord liet ik al vallen: duurzaamheid. Duurzame producten zijn beter voor het milieu, want er ontstaat minder afval en er hoeft minder geproduceerd te worden, wat weer leidt tot minder uitstoot. In dat kader is het ironisch dat moderne mobiele telefoons, maar ook wasmachines, fietsen en lampen, minder lang meegaan dan de exemplaren van vroeger. Het blijkt zelfs dat fabrikanten bewust ervoor zorgen dat producten na een aantal jaar vervangen moeten worden, want anders wordt er niet genoeg verkocht en gaat het bedrijf failliet. Waar oude wasmachines soms decennialang meegingen, gaan moderne na een jaar of tien vaak al kapot. En waar een gloeilamp theoretisch gezien zo geproduceerd kan worden dat hij wel meer dan honderd jaar kan branden (en bovendien warmte uitstoot, wat er weer voor zorgt dat de kachel omlaag kan), beschadigen moderne spaarlampen het energienet enorm; bovendien moeten ze met regelmaat vervangen worden. Meer productie, meer uitstoot. Lekker duurzaam weer.

En dan is er nog de techniek. Machines nemen meer en meer over van mensen. Inmiddels kan er technisch zo veel, dat we in staat zijn de hele mensheid op aarde te vernietigen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de atoombom, oorlogsvliegtuigen en automatische geweren waarmee terroristen hun aanslagen plegen. Of denk aan het internet, waarvan de mogelijkheden ook door criminelen uitgebreid benut worden. Nemen we even een paar ‘stappen terug in de tijd’, dan moeten we concluderen dat deze gevaren en bedreigingen volledig bij deze tijd horen. Is onze tijd dan beter dan de vorige? Dat is dan nog maar de vraag natuurlijk!

De conclusie moet dan ook niet zijn dat de ene tijd beter is dan de andere. Vroeger was niet alles beter, maar ook nu is niet alles beter dan vroeger. Prediker waarschuwt ons tegen dat soort denken (zie Prediker 7:10). De conclusie moet dan ook als volgt zijn: we moeten in deze tijd doen wat het beste is om te doen. Soms betekent dat, dat we oude gewoontes en oplossingen moeten verlaten, om nieuwe wegen te zoeken. Maar soms betekent dat ook, dat we ‘stappen terug in de tijd’ moeten doen.

Het argument ‘niet meer van deze tijd’ moeten we dus altijd afwijzen. Wat van deze tijd is, bepalen wij, die in deze tijd leven. En misschien zijn ‘stappen terug in de tijd’ dan ook wel helemaal ‘van deze tijd’. Oude ideeën opnieuw gebruiken; als dat niet duurzaam is!